Holderdebolderkar

Op donderdag 1 november moest Minister Cora van Nieuwenhuizen in de Tweede Kamer vragen beantwoorden over het ongeluk in Oss op 20 september en over ‘t van de weg halen van alle stints. Hoe vreselijk dit ongeluk ook is: wat de afhandeling door het ministerie betreft kunnen we inmiddels spreken over de soap rond de bolderkar.

Even het geheugen opfrissen? Stelt u zich Arjen Lubach voor die met een aanwijsstok voor een wandkaart staat. Dat helpt misschien. Op de wandkaart worden allerlei slides getoond: hoeveel stints zijn er in Nederland? Wat voor bijzondere bromfietsen rijden er nog meer rond? Van waar naar waar reed de bolderkar in Oss en wat was de snelheid? Vanaf welke afstand kon de bestuurder zien dat de spoorbomen dicht gingen? Hoeveel spoorbomen waren er? Had de bestuurder nog kunnen uitwijken naar links of naar rechts?

Zoiets als de presentatie waar TNO ‘rond de jaarwisseling’ mee komt maar dan nu. ‘We weten niet wat voor stints er rondrijden’ zei de minister donderdagavond in de Tweede Kamer. Dat lijkt me niet handig voor een minister die gaat over het vervoer en verkeer. In heel Nederland. Toegegeven, je hebt hier nogal wat segways, pedelecs en hoverboards en dus ook de stint. Kennelijk willen we heel graag van A naar B, op wat voor manier dan ook. Maar we hebben ook al jaren een Rijksdienst voor het Wegverkeer en als er een lampje kapot is op je auto, krijg je hem niet door de keuring heen. Je zou dus verwachten dat de minister en de Rijksdienst weten wat voor bijzondere bromfietsen er rondrijden in Nederland.

Nee dus. De minister weet niet welke stints er rondrijden. Ze geeft toe dat er geen sprake is van toezicht. Dat heeft te maken met de terugtredende overheid. ‘Laat de markt het maar regelen, dan komt het wel goed.’ Je hoort ‘t Rutte zeggen. En wat zei de verkeersminister over het toelaten van die vreemde bromfietsen? Dat was omdat de regering ‘geen rem wilde zetten op de innovatieve ontwikkelingen’. Daarom mag iemand van zestien zonder rijbewijs, zonder enige training en zonder kenteken de weg op met een elektrisch voertuig waar tien kinderen in passen. En de minister komt weg met de opmerking dat ze werkt aan een Strategisch Plan Verkeersveiligheid dat klaar moet zijn ‘rond de jaarwisseling’

Dat is wel een beetje laat voor een ‘strategisch plan’. Maar dit is niet het enige terrein waarop de overheid terugtreedt. Er worden ziekenhuizen geprivatiseerd die daarna failliet gaan zodat ruim twintigduizend mensen medisch een goed heenkomen moeten zoeken. Nog niet eerder vertoond: artsen demonstreren op de Dam tegen de sluiting van het Slotervaart-ziekenhuis. Minister Bruins gaat werken aan een Strategisch Plan Ziekenhuizen.

Binnenkort mag hij dat ook doen voor de verzorgingshuizen. Er zijn in Nederland duizenden vrijwilligers die de oudere medemens helpen. Mantelzorg. Dat moet ook van Mark Rutte. Door de bezuinigingen heeft het medische personeel geen tijd meer voor een praatje. Vrijwilligers doen dat en helpen de ouderen met hun bankzaken, hun belastingaangifte en halen ook geld uit de muur omdat er steeds minder bankfilialen in de buurt zijn. Over een tijdje zal een van die vrijwilligers er vandoor gaan met twintig pinpassen, de rekeningen plunderen en even later cocktails drinken op een tropisch eiland. Er wordt schande van gesproken. Er worden kamervragen gesteld. Hoe heeft ’t zo ver kunnen komen? En waarom is er niet meer toezicht op degenen die bankzaken regelen voor ouderen? De minister weet niet hoe hoe dit allemaal zo gekomen is.

Nog eentje dan? Okee, nog eentje. Die verdwijnende bankfilialen, wat stellen de financiële jongens en meisjes daarvoor in de plaats? Nou: dat je online kunt bankieren. Zelfs heel hip op de mobiele telefoon. Handig hoor, een overzicht van je vaste lasten proberen te krijgen op zo’n priegel-schermpje. Maar goed, is het ook veilig? Of zal over een poosje blijken dat iemand erin is geslaagd om mobiel banken te beroven? Die iemand heeft via wifi de wachtwoorden van tientallen mensen bemachtigd, haalt online hun rekeningen leeg en zit even later op hetzelfde tropische eiland cocktails te drinken. En weer wast de minster zijn handen in onschuld en weet van niets.

Maar de minister moet wel van iets weten, niet alles overlaten aan de markt en een beetje toezicht houden. Daar is de minister voor bedoeld. Zoals de Tweede Kamer bedoeld is om toezicht te houden op de minister, en dat vorige week ook heeft gedaan. Soort van. Wat we in ieder geval niet verwachten is dat de minister – als de boel uit de hand is gelopen – schouderophalend zegt: ‘we weten niet wat er allemaal gebeurt in Nederland en hoe dat zo gekomen is maar we gaan een strategisch plan maken.’

Ga zelf

Lilianne Ploumen fungeert over het algemeen als een acceptabel Tweede Kamerlid dat niet veel domme dingen zegt. Daar is vorige week helaas een eind aan gekomen. In de Kamer werd gedebatteerd over het voorstel van D66 om het verbod op majesteitsschennis uit het Wetboek van Strafrecht te schrappen.

Met haar kenmerkende hese stem probeerde de PvdA’er Ploumen uit te leggen dat de koning een uitzonderingspositie moet innemen. ‘We kunnen Willem-Alexander toch niet op de fiets naar het politiebureau sturen om aangifte te doen?’ Toen brak mijn klomp. Beste mevrouw Ploumen: waarom zou dat eigenlijk niet kunnen?

Mankeert de koning iets aan zijn benen? Dat denk ik niet. Onder de naam W.A. van Buren deed hij mee aan de Elfstedentocht. Heeft de koning misschien geen fiets? Ik denk dat W.A. van Buren wel drie fietsen heeft. En diverse auto’s. En in de buurt van De Eikenhorst is vast wel een politiebureau. Dus wat is het probleem, mevrouw Ploumen?

Willem-Alexander is een inwoner van Nederland die net als andere mensen naar het politiebureau kan gaan om aangifte te doen van een overtreding. Het lijkt me een modern idee om de huidige extra zware straffen voor het beledigen van de koning af te schaffen. Mevrouw Ploumen vindt dit misschien zielig omdat zij een warme band heeft met ons staatshoofd sinds ze een bezoek aan Brazilië heeft gebracht met Willem-Alexander en Maxima. Maar het past een progressief lid van de Tweede Kamer niet om klakkeloos aan te nemen dat de koning niet zelf naar een politiebureau kan afreizen. Mevrouw Ploumen: open uw geest en laat een frisse wind waaien. We hebben een gezond staatshoofd, iemand die prima op de Gazelle naar het politiebureau kan gaan. En laten we daar blij om zijn. Vervolgens kan het Openbaar Ministerie tot vervolging overgaan, als ze dat belangrijk vinden. Dan hoeft de koning niet om de haverklap zelf rechtszaken aan te spannen want daar heeft hij misschien een dagtaak aan. Maar even zelf naar het politiebureau, dat moet kunnen en lijkt me een gezonde fietstocht voor koning Willem-Alexander.

PS. Over koning Willem gesproken. Als je de dingen zegt die majoor Marco Kroon nu heeft uitgekraamd, dan ben je toch gewoon een domme zak? ‘Ik kom verklaren dat ik niks kan verklaren maar ik heb wel iemand omgelegd in Afghanistan.’ Wat moeten we met deze debiele bekendmaking? Had dan je mond gehouden, drager van de Militaire Willemsorde. Nu moet onze koning zich buigen over de vraag of hij een eenmaal verstrekte onderscheiding weer kan innemen.

Hallo allemaal

Die Deutsche Bahn onderhoudt de lijn Amsterdam – Berlijn. Prachtige staalkleurige wagons met een rode streep vertrekken ieder uur vanaf Amsterdam Centraal. In de coupé’s staan gezellige tafeltjes waar je een laptop en een kop koffie gemakkelijk op kwijt kunt. Een fijn detail is dat er stopcontacten tussen de stoelen zitten, zodat je urenlang ongestoord kan computeren.

Of ongestoord. Onderweg naar Deventer ving ik ongewild een stuk conversatie op van een vrouwspersoon achter me, een paar stoelen verderop. Met luide stem besprak deze vrouw haar relatie met een collega bij de FNV. ‘Ja, ik merkte dat ik toch afstand van haar ging nemen, onbewust. In het begin stoorde ik me nogal aan haar gedrag maar later dacht ik: tja, ik kan me er wel aan storen maar het is gewoon ziekelijk gedrag en daar kan ze ook niks aan doen.’ De vrouw ging verder over haar werk en haar privéleven terwijl ik mijn koptelefoon opzette om daar verder geen getuige van te hoeven zijn. Die maatregel werkte niet afdoende. Even later schalde haar luidkeelse ‘Ja doeiiiii’ door de coupé. Ik besloot dat dit het moment was om de mevrouw met de harde stem vriendelijk te bedanken.

Frank: Ja doeiiiii. En bedankt dat ik uw hele super-interessante privé-conversatie heb mogen meeluisteren.

FNV-mevrouw: Nou, ik praatte anders heel zachtjes en het is hier geen stiltecoupé.

Frank: Mevrouw, u praatte verre van zachtjes. Ik heb een koptelefoon op en toch heb ik uw hele gesprek kunnen volgen.

FNV-mevrouw: Nou, misschien had u er dan eerder iets van moeten zeggen.

Frank: Nou, misschien moet u geen ellenlange privé-conversaties voeren waar andere mensen vlak naast zitten. In het begin stoorde ik me nogal aan uw gedrag maar later dacht ik: tja, ik kan me er wel aan storen maar het is gewoon ziekelijk gedrag waar ze ook niks aan kan doen, om zo luidkeels je privé-leven te bespreken in een treincoupé waar reizigers omheen zitten die daar niets mee te maken hebben.

Deze bezweringsformule kan ik iedereen aanraden. Heel bewust hadden we afstand van elkaar genomen. De FNV-mevrouw bleef stil en iedereen leefde nog lang en gelukkig.

Commotie

Er is een overeenkomst tussen rapper Boef en de directeur van het UWV. Rapper Boef maakte op tv zijn excuses voor het beledigen van drie vrouwen die hem ’s nachts een lift hadden gegeven. Over zijn uitspraken ontstond commotie. ‘Kechs’ noemde hij de hulpvaardige vrouwen. Hoeren of bitches. Omdat ze alcohol hadden gedronken en tot laat in een club waren geweest. Nota bene de club waar hij zelf net vandaan kwam. En het is leuk als je daarna je excuses aanbiedt maar het kwaad is al geschied en het incident toont aan hoe rapper Boef denkt: mannen mogen wel tot laat in een club blijven en vrouwen niet. En als je een kort rokje aan hebt als vrouw ben je gelijk een hoer. Mannen die zo denken passen niet in de Nederlandse samenleving waarin iedereen gelijkwaardig is. En mannen die zo denken verdienen het zeker niet om als artiest bejubeld te worden.

De directeur van het UWV liet een dure toiletruimte met gouden wc-potten plaatsen in het hoofdkantoor van de uitkerings-organisatie. Over deze uitspatting ontstond commotie. Nederlanders sparen gedurende hun werkende bestaan voor een schamele uitkering die ze ontvangen als ze werkeloos raken. Dan krijgen ze een paar honderd euro per maand. Van de miljoenen die op de rekening van het UWV staan, liet de UWV-directeur doodleuk gouden toiletten bouwen. Een uitspatting want een gouden toilet is niet erg noodzakelijk. Je kunt als directeur ook je behoefte doen op een wit toilet, zoals de meeste mensen. Het is leuk als je daarna je excuses aanbiedt maar het kwaad is al geschied en het incident toont aan hoe de directeur denkt. ‘Schijt aan de gewone mensen, ik ben beter. Laat die uitkeringstrekkers maar hun behoefte doen op een gewone wc. Ik wil een gouden toiletpot.’ Een man die zo denkt past niet in een moderne samenleving waarin we geen tsaren of keizers meer hebben die boven het volk verheven zijn. En een man die zo denkt verdient het zeker niet om leidinggevend te zijn in een groot Nederlands bedrijf.

Het meisje zonder neus

Op een lome woensdagmiddag lagen we aan de waterkant te wachten op de meisjes uit het dorp. Plotseling was daar Hannah met twee vriendinnen. In de stralende zon kwam Hannah aanwaaien op een roze fiets. Ze was zestien en had een onnavolgbaar kapsel dat grotendeels rechtop stond en naar zeep rook. Dit was het. Ik was meteen verliefd op Hannah en begaf me na het avondeten zo vaak mogelijk naar haar huis. Het was lastig om onze liefde volledig tot bloei te laten komen omdat haar moeder ’s avonds steevast onder aan de trap stond te roepen: ‘Hannaahh, het is half elf’. Dat betekende dat ik naar huis moest. Zwevend door donkere Hilversumse straten draaide ik ‘Walking on the moon’ van The Police op het cassettebandje in mijn gele Walkman.

De relatie met Hannah was geen lang leven beschoren. Het bleef bij voelen onder een zomers bloesje op muziek van The Cure en verder had Hannah geen idee van wat er op de wereld gebeurde. Het was als een date met een Noord-Koreaanse verkeersagente: bloedmooi maar je kan er bijna niets mee. En je begrijpt haar ook de helft van de tijd niet. ’s Avonds luisterden we naar het romantische Candlelight van Jan van Veen tijdens het zoenen op haar bed. Meer dan zoenen mocht niet van haar moeder. Op een gegeven moment vergat ik Hannah’s verjaardag, maakten we het uit en beloofden we het uitgebreid met elkaar te zullen doen als de neutronenbom ging vallen. Want daar zong Doe Maar over.

Toen ontmoette ik het meisje zonder neus. Heleen was haar naam en ze was in mijn ogen de mooiste vrouw op aarde. Mysterieus en sexy. Kort donker haar. Zwoele rode lippenstift. Vale spijkerbroeken boven elegante lage pumps. Alles aan haar maakte me wild, geil en stout. Heleen had een fijn neusje dat zonder bochtje uit haar voorhoofd ontsproot. Een beeld uit de Griekse oudheid.

Vanwege deze Aphrodite-achtige gelaatstrekken noemden mijn vrienden haar het meisje zonder neus. Dit was een opzichtige poging om de draak te steken met mijn prille verliefdheid. Heleen had wel gewoon een neus alleen zag die er anders uit dan bij de meeste meisjes: voor mij alleen een aanbeveling.

Een enkele vriend respecteerde mijn fascinatie voor de geheimzinnige vrouw en assisteerde me bij een veroveringstactiek. Brouwersbier drinkend en paprikachips etend bedachten we plannen en die waren nog niet eens zo slecht. Die vriend zat bij Heleen op school en loodste me binnen op een feest waar zij misschien ook zou rondlopen. En zo geschiedde het.

Met Heleen ontdekte ik het ware spel der liefde. De eerste onhandige danspasjes met Hannah waren leergeld geweest. Ik had me bekwaamd in het onthaken van diverse soorten bh-sluitingen. Nu bevond ik me in de roze kamer van Heleen en stond er geen lastige moeder onder aan de trap. Vrijheid, blijheid. Er was alleen een irritant jonger broertje. Na enkele weken kwam mij ter ore dat dat broertje het inmiddels had aangelegd met mijn ex Hannah. Dat kon me niets schelen. We groeiden nu eenmaal op in een dorp. Who cares. Fluitend fietste ik door het prille ochtendgloren terug naar huis. Heleen. Ik wilde haar. Zij wilde mij. En we deden het echt. Eindelijk.

Nasi Goreng selon mon père

Ingrediënten
  • boter
  • bacon, kip, runderworst, babi, alles wat nog in de ijskast zit
  • (rundvlees)bouillon-blokje
  • ketjap kaki tiga
  • sjalotjes of bosuitjes
  • boemboe nasi inproba
  • lombok
  • prei
  • peper, zout
  • sambal nasi goreng koningsvogel
  • of: sambal oelek, sambal trassi, sambal badjak
Werkwijze

Witte rijst wassen, koken, doorroeren en wegzetten. Boemboe nasi goreng tien minuten in heet water laten wellen. Sjalotje en lombokje kort aanzetten in ruim boter. Hoe meer pitjes meebakken van de lombok, des te heter wordt straks de nasi. Bacon of kip of wat maar voorhanden is even meebakken. Prei toevoegen en even meebakken. Boemboe nasi goreng toevoegen. Rundvlees-bouillonblokje er doorheen verkruimelen. Vuur zacht. Sambal nasi goreng (of trassi), ketjap, peper en zout allemaal naar smaak toevoegen tot een zeer pittig, donkerbruin prutje ontstaat. Desnoods meer ketjap en sambal toevoegen. Daarna de lauwe witte rijst erdoor scheppen tot je hete nasi goreng hebt. Bij gebrek aan sjalotjes kan ook gewone ui (meebakken) of bosui (niet meebakken) worden gebruikt.

Kooptips
  • Gebruik roomboter.
  • Gebruik dikke plak bacon.
  • Gebruik alleen ketjap kaki tiga.
  • Zakje Inproba kost € 0,27 en is lekkerder dan de dure Conimex-mix.
  • Sambal Nasi Goreng alleen bij de betere toko te verkrijgen.

Fotogalerij

Autopech op de Serengeti

 

De IJssel by night

 

Wandelen door de Ngorongoro-krater

 

De hoofdverdachte

Charolais in de mist

 

Amsterdam Light Festival 2017

 

Proost op een voorspoedig 2018

 

Echte Indonesische Satésaus

Het geheim is roeren.
1. Trek je kleren aan
2. Ga op de fiets zitten
3. Rij naar de dichtstbijzijnde toko
4. Zet je fiets op slot
5. Loop naar binnen en mompel ‘gdmiddâg’
6. Ga op zoek naar de afdeling zakjes met boemboes (diverse merken). Kijk naar de zakjes met een blik alsof je er verstand van hebt. Dat is na het lezen van deze blog ook zo, en het voorkomt dat de winkelier je iets anders probeert aan te smeren. Wat je zoekt is de serie boemboes van Ratu Culinair. Die komen in kleine en grote verpakking (175 en 350 gram). Het zijn doorzichtige plastic buideltjes met diverse kleuren bovenrand. Nu opletten: je moet één zakje met rode rand hebben en één zakje met groene rand. Op de rode staat ‘satésaus’ en op de groene ‘petjelsaus’. De ene boemboe is lichtbruin en de andere donkerbruin. De lichtbruine is voor de basis. De donkere voegt er ketjap en pittigheid aan toe. Alle andere combinaties werken niet.

  • Let op dat je niet per ongeluk de rode ‘Satésaus Surinaams’ koopt want die is niet leuk meer zo heet
  • Er bestaat een lichtbruine Ratu ‘Boemboe Gado Gado’. Misschien werkt die ook als basis
7. Schaf de twee zakjes aan
8. Neem vriendelijk afscheid van de winkelier
9. Keer huiswaarts
10. Pak een grote kom
11. Mieter de inhoud van beide zakjes in de kom
12. Roer tot een min of meer egale mix ontstaat
13. Pak een zware pan
14. Gooi hier zoveel van de mix in als je denkt nodig te hebben
15. Doe hier een beetje water bij (nog minder dan een koffiekopje)
16. Zet de pan op laag vuur
17. Roer, bij voorkeur met zo’n houten roerding met gat erin, en blijf roeren
18. Zet een longdrinkglas water naast de pan
19. Alleen als de massa je te dik is, een klein beetje water toevoegen
20. Ondertussen de hele tijd blijven roeren
21. Het vuur mag nu misschien iets hoger, de zaak moet een beetje inkoken
22. Vuur weer zacht, blijven roeren
23. Als de saus enigszins glad geworden is, ben je klaar

Voilá. De liefhebber kan er nog wat ketjap kaki tiga bij gooien om het donkerder te krijgen, maar eigenlijk hoeft dat niet.
Selamat makan!